Over soleren

(de theorie)

Heel summier behandel ik hier de theorie achter het soleren. Je krijgt dan een beetje een idee wat je te wachten staat. Tijdens de lessen wordt hier uiteraard uitvoeriger bij stil gestaan.

Heel simpel gezegd: Soleren doe je over een akkoorden-schema met behulp van toonladders. Onthoud goed dat toonladders het alfabet van de muziek zijn, maar niet de poëzie!

Toonladders

Als je wilt soleren over een jazzstandard is de eerste vraag die je je moet stellen: welke toonladder moet of kan ik gebruiken? De toonladder levert immers het materiaal voor de melodie (in dit geval: de solo).

Voorbeeld: Als een stuk in C staat, wil dat niet zeggen dat je het hele nummer de toonladder van C kunt spelen.
Vaak worden gedurende het stuk andere toonladders gebruikt. Dit noem je ‘moduleren’.
Echter, als een stuk begint en eindigt in C, dan zeg je toch dat het muziekstuk in C staat.

kwintencirkel
De kwintencirkel

Voordat je kunt bepalen welke toonladders je kunt gebruiken is het uiteraard noodzakelijk om de (majeur) 12 toonladders te kennen, en te kunnen spelen. Een handige manier om te bepalen hoeveel kruizen en mollen (voortekens) een toonladder heeft is aan de hand van de kwintencirkel.

Voordat we doorgaan naar de akkoorden is nog het volgende van belang:

  • de 1ste noot van de toonladder wordt prime genoemd
  • de 2e noot secunde
  • de 3e noot terts
  • de 4e noot kwart
  • de 5e noot kwint
  • de 6e noot sext
  • de 7e noot septiem
  • de 8e noot octaaf

Akkoorden

De toonladder die je gebruikt, bepaal je door naar de akkoorden te kijken. Hiervoor is het nodig dat je een zogenaamde ‘trappen-analyse’ maakt; je moet verbanden gaan zien tussen de akkoorden.

De definitie van een akkoord is: samenklank van minimaal drie tonen. Ik behandel hier alleen de drieklanken, er bestaan ook vier- en meerklanken. Let wel: een samenklank van slechts twee tonen heet interval!

Een akkoord bestaande uit drie tonen is opgebouwd uit de grondtoon, de terts en de kwint van een toonladder. We kunnen op elke noot van de toonladder een akkoord ‘bouwen’ volgens dit principe.

We spreken nu niet meer van prime, secunde, terts etc. maar van trappen, aangegeven met romeinse cijfers.

  • de 1ste noot van een toonladder is nu de Ie trap
  • de 2e noot de II trap
  • de 3e noot de III trap
  • de 4e noot de IVe trap
  • de Ve noot de Ve trap
  • de 6e noot de VIe trap
  • de 7e noot de VIIe trap
  • de 8e noot de VIIIe trap (is gelijk aan de Ie trap)

Als voorbeeld nemen we de toonladder van C (= C D E F G A B C)

Het akkoord op de Ie trap is: C E G C
op trap II: D F A D
op trap III: E G B
op trap IV: F A C
op trap V: G B D
op trap VI: A C E
op trap VII: B D F


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s